Startpagina
Onze scholen
Structuur
Beleidsdomeinen
Omzendbrieven
Updates
Contact
Agenda


Omzendbrieven > Enquête Mobiliteit

ENQUÊTEFORMULIER

1. Identificatie van de vestigingseenheid en globale indeling van de werknemers
Naam school
Volledig adres van de vestigingseenheid
Activiteitssector

Werknemers

Vrouw

Man

Totaal

Werknemers toegewezen aan de vestigingseenheid (1) (RSZ-gegevens) = A
waarvan - voltijds (RSZ)
  - deeltijds (RSZ)
  - seizoensarbeiders en tijdelijke werknemers (RSZ)
Interims (2) = B
Werknemers van het totaal A+B die, normaliter, minstens de helft van hun werkdagen op deze vestigingseenheid aanvangen en beëindigen (ook al doen ze intussen dienstverplaatsingen) (3) = C

Eventuele opmerkingen betreffende de identificatie van de vestigingseenheid en de indeling van de werknemers
Vul dit vakje in bijvoorbeeld indien de vestigingseenheid sinds 30/06/2005 verhuisd is, of om andere inlichtingen te geven over de vestigingseenheid en werknemers die in de enquête opgenomen zijn.
Alle volgende vragen hebben betrekking op de werknemers onder C
Kantooradres personeelsdirecteur
(facultatief, indien verschillend van het adres van de vestigingseenheid)
Naam  
Voornaam  
Contactadres Straat
  Huisnummer
  Bus
  Postcode
  Gemeente
Telefoon  
Fax  
E-mailadres  
Kantooradres contactpersoon mobiliteitsaspecten
(facultatief, indien verschillend van het vestigingsadres)
Naam  
Voornaam  
Contactadres Straat
  Huisnummer
  Bus
  Postcode
  Gemeente
Telefoon  
Fax  
E-mailadres  

Bijkomende inlichtingen

(1) Het totaal (A) betreft de werknemers die tewerkgesteld zijn op grond van een arbeids- of leerovereenkomst of door een statuut op het moment dat de enquête wordt gemaakt, te weten op 30 juni 2008, en die, krachtens hun contract / statuut, 50% of meer van hun arbeidstijd in de vestiging presteren, zonder dat zij daarom op 30 juni lichamelijk aanwezig moeten zijn op de vestiging. De cijfers (A) worden door de RSZ (RSZ-PPO) in principe bepaald, op basis van de kwartaalaangiften van de werkgever zelf. Het betreft de aangifte voor het 2de kwartaal van 2008 waarin 30 juni begrepen is, of (indien de gegevens nog onbeschikbaar zijn) deze van het 1ste kwartaal 2008. Alle belangrijke wijzigingen kunnen in het vakje voor opmerkingen na de werknemerstabel ingevoerd worden.

(2) Het totaal (B) betreft de interims die, overeenkomstig het K.B. van 15 mei 2003 tot vaststelling van de berekeningswijze van het gemiddelde van de uitzendkrachten die door een gebruiker worden tewerkgesteld, in aanmerking genomen worden voor de sociale verkiezingen. Benaderend, om de volgende vragen te beantwoorden, kan de onderneming of instelling het totaal (B) bepalen als het aantal interims die op 30 juni van het betreffende jaar, 50% of meer van hun arbeidstijd in de vestigingseenheid gepresteerd hebben.

(3) Het totaal (C) sluit de telewerkers en andere werknemers (transport, werven, vertegenwoordigers) uit die niet minstens de helft van hun werkdagen in deze vestigingseenheid beginnen. Deze zijn van geen belang voor de analyse van de verplaatsingen die de vestigingseenheid genereert. Deze cijfers (C) worden door de onderneming of de instelling bepaald.
N.B. Voor interim-agentschappen zijn de uitzendkrachten in principe niet in het totaal (A) begrepen (zoals door de RSZ bepaald), en ook niet in de totalen (B) en (C). Enkel het eigen administratief personeel (aanwervingsdienst, boekhouding, enz.) komt dus in het totaal (C) voor.
Voor onderwijsinstellingen moeten de leerkrachten in het aantal (C) begrepen zijn.

2. Arbeidsrooster: invoering volgens uurroosters

(een alternatieve invoering via priksysteem is mogelijk - zie 2bis)

Organisatie van de arbeidstijd
Beschrijving van het uurrooster van de werknemers: van maandag tot vrijdag
Aantal werknemers
Vast uurrooster van u   tot u  
  van u   tot u  
  van u   tot u  
  van u   tot u  
Glijdende uurroosters begin tussen u en u einde tusen u en u
  begin
tussen
u en u einde tusen u en u
  begin
tussen
u en u einde tusen u en u
  begin
tussen
u en u einde tussen u en u
Ploegenstelsel: 2 ploegen van u   tot u  
  van u   tot u  
Ploegenstelsel: 3 ploegen van u   tot u  
  van u   tot u  
  van u   tot u  
Ploegenstelsel: ander uurrooster  
Onregelmatig uurrooster  
Andere (bv. werknemers met arbeidstijd enkel in het weekeinde)  
Totaal = (C)  

Bijkomende inlichtingen

Het totaal moet gelijk zijn aan het aantal werknemers (C).

Voor sommige vestigingseenheden met veel verschillende uurroosters, kan men tabel 2bis gebruiken voor de invoering van de uurroosters op grond van de opgesomde gegevens van priksystemen.

Voor andere vestigingseenheden kan het hergroeperen van uurroosters soms nuttig zijn om beter de piekuren van aankomst en vertrek van het personeel in kaart te brengen.

Voorbeeld: secundaire school (25 klassen en 60 leerkrachten), met begin van de lessen om 8u30 en einde van de lessen om 16u00 (behalve woensdag). Het zou eentonig zijn alle uurroosters van het onderwijzend personeel te beschrijven en het zou voor de mobiliteit nutteloos zijn deze allemaal te klasseren als onregelmatig. Het is beter om 25 gelijkwaardige werknemers in te brengen (voor de 25 klassen) met een uurrooster van 8u30 tot 16u00 en 35 leerkrachten (60-25) met onregelmatige werkuren.

2bis. Arbeidsrooster: alternatieve invoering volgens priksystemen

(indien tabel 2bis gebruikt wordt, moet u tabel 2 met de uurroosters leeg laten)

Tijdschijf
volgens het priksysteel
voor de werdagen
IN = aantal
inkomende werknemers
per tijdschijf
UIT = aantal
vertrekkende werknemers
per tijdschijf
0u00 - 4u45
4u45 - 5u00
5u00 - 5u15
5u15 - 5u30
5u30 - 5u45
5u45 - 6u00
6u00 - 6u15
6u15 - 6u30
6u30 - 6u45
6u45 - 7u00
7u00 - 7u15
7u15 - 7u30
7u30 - 7u45
7u45 - 8u00
8u00 - 8u15
8u15 - 8u30
8u30 - 8u45
8u45 - 9u00
9u00 - 9u15
9u15 - 9u30
9u30 - 9u45
9u45 - 10u00
10u00 - 10u15
10u15 - 10u30
10u30 - 10u45
10u45 - 11u00
11u00 - 11u15
11u15 - 11u30
11u30 - 11u45
11u45 - 12u00
12u00 - 12u15
12u15 - 12u30
12u30 - 12u45
12u45 - 13u00
13u00 - 13u15
13u15 - 13u30
13u30 - 13u45
13u45 - 14u00
14u00 - 14u15
14u15 - 14u30
14u30 - 14u45
14u45 - 15u00
15u00 - 15u15
15u15 - 15u30
15u30 - 15u45
15u45 - 16u00
16u00 - 16u15
16u15 - 16u30
16u30 - 16u45
16u45 - 17u00
17u00 - 17u15
17u15 - 17u30
17u30 - 17u45
17u45 - 18u00
18u00 - 18u15
18u15 - 18u30
18u30 - 18u45
18u45 - 19u00
19u00 - 19u15
19u15 - 19u30
19u30 - 19u45
19u45 - 20u00
20u00 - 20u15
20u15 - 20u30
20u30 - 20u45
20u45 - 21u00
21u00 - 21u15
21u15 - 21u30
21u30 - 21u45
21u45 - 22u00
22u00 - 00u00
extra onregelmatige uurroosters
equivalent aantal werknemers
die in het weekeinde werken
TOTAAL
in = uit = (C)

Bijkomende inlichtingen

Het totaal moet gelijk zijn aan het aantal werknemers (C).
Elke werknemer moet men enkel opsommen voor zijn eerste aankomstuur en zijn laatste vertrekuur, voor een "gewone" werkdag (aankomst- en vertrekuren in principe in verband met het woonwerkverkeer).
De aankomst- en vertrekuren van de "middagpauzen" moeten niet beschouwd worden, om een totaal gelijk aan (C) te krijgen.

3. Verplaatsingswijze werknemers

3.1 Enkel de hoofdverplaatsing aanduiden, d.w.z. het vervoermiddel waarmee het grootste deel van het jaar de langste afstand in de woon-werkverplaatsing wordt gemaakt. Een middel om deze gegevens te verzamelen kan zijn om een rondvraag te houden bij het personeel, waarbij de vertrouwelijkheid van de gegevens is gegarandeerd.

  Hoofdverplaatsingwijze van de werknemers in de woon-werkverplaatsing Aantal werknemers
3.1.1 Wagen, bestelwagen of vrachtwagen, alleen of met familieleden
3.1.2 Wagen, bestelwagen of vrachtwagen, met andere werknemers (op dezelfde of een andere vestiging tewerkgesteld
3.1.3 Trein
3.1.4 Bus, tram of metro MIVB
3.1.5 Bus, tram of metro De Lijn
3.1.6 Bus, tram of metro TEC
3.1.7 Collectief vervoer (minibus, autobus, autocar) georganiseerd door de werkgever
3.1.8 Fiets
3.1.9 Bromfiets of moto
3.1.10 Te voet
3.1.11 Andere
  Totaal = (C)

3.2 Dan de verplaatsingswijzen voor het voortraject en het natraject aanduiden, die vóór en na de hoofdverplaatingswijze zijn gebruikt. (facultatief deel, nuttig voor de openbaar vervoerregeling).

  Eventuele verplaatsingswijze(n) van de voor- en natrajecten
(facultatief deel)
Voortraject
Aantal
werknemers
Natraject
Aantal
werknemers
3.2.1 Geen antwoord omdat dit deel facultatief is
3.2.2 Wagen
3.2.3 Bus, tram of metro MIVB
3.2.4 Bus, tram of metro De Lijn
3.2.5 Bus, tram of metro TEC
3.2.6 Collectief vervoer (minibus, autobus, autocar) georganiseerd door de werkgever
3.2.7 Fiets
3.2.8 Bromfiets of moto
3.2.9 Te voet
3.2.10 Andere
3.2.11 Geen voor- of natraject (bv. indien hoofdvervoer met wagen van deur tot deur)
  Totaal = (C)
4. Bereikbaarheid van de vestiging
  Parkeerplaatsen Aantal
4.1 Voor de werknemers voorziene parkeerplaatsen op de vestigingseenheid of de gehuurde plaatsen in de nabijheid van de ingang
4.2 Parkeerfaciliteiten die specifiek voor fietsers ter beschikking zijn gesteld
4.3 Parkeerfaciliteiten die specifiek voor bromfietsen en motoren ter beschikking zijn gesteld

  Aanwezigheid van een halte van het openbaar vervoer
in de nabijheid van de vestigingseenheid
Aantal
4.4 Trein (geschatte afstand minder dan 1 kilometer)
4.5 De Lijn (geschatte afstand minder dan 500 meter)
4.6 TEC (geschatte afstand minder dan 500 meter)
4.7 MIVB (geschatte afstand minder dan 500 meter)

  Bijkomende inlichtingen over de parkeerplaatsen (facultatief)
4.8

Zijn de voorziene parkeerplaatsen op de vestigingseenheid betalend voor de werknemers?

Ja
Nee
Niet van toepassing: de werknemers beschikken niet over parkeerplaatsen

4.9

Zijn andere parkeerplaatsen in een straal van 250 meter rond de vestiging betalend?

Ja
Nee
Overbodige vraag: er zijn geen parkeerplaatsen

4.10 Heeft de vestigingseenheid een tekort aan parkeerplaatsen als men de som maakt van de voor de werknemers voorziene parkeerplaatsen en de overigeplaatsen in een straal van 250 meter rond de vestiging die doorgaans ook door uw werknemers kunnen worden gebruikt?

Ja
Nee

Bijkomende inlichtingen

De afstanden die voor het openbaar vervoer in aanmerking komen (1 kilometer, 500 meter) zijn deze die te voet afgelegd moeten worden vanaf de betrokken halte tot aan de ingang van de vestiging.

5. Bestaande maatregelen inzake mobiliteitsmanagement in de vestigingseenheid

Minstens één optie in elke rubriek aanvinken (indien er geen maatregelen bestaan, de eerste optie aanvinken).

  Fiets
5.1
Geen maatregelen in voege
5.2
Extra verplaatsingsvergoeding voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst of in een protocol van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en gewestelijke overheidsdiensten
5.3
Beveiligde parkeerplaatsen op het terrein van de vestigingseenheid
5.4
Andere:
Facultatieve meldingen
5.4.1
Bijkomende vergoeding voor dienstverplaatsingen
5.4.2
Fietsen ter beschikking voor de woon-werkverplaatsing
5.4.3
Pendelfietsen ter beschikking aan het station
5.4.4
Fietsen ter beschikking voor dienstverplaatsingen
5.4.5
Regenkledij ter beschikking voor fietsers
5.4.6
Verbeteren van de infrastructuur op en in de omgeving van de vestigingseenheid
5.4.7
Overdekte fietsstallingen voorzien
5.4.8
Kleedruimte voor fietsers
5.4.9
Douches makkelijk bereikbaar voor fietsers
5.4.10
Hersteldienst op het terrein
5.4.11
Regelmatig fietsonderhoud in de vestiging
5.4.12
Informatie over fietsroutes

  Carpool
5.5
Geen maatregelen in voege
5.6
Organiseren van carpool binnen de vestigingseenheid
5.7
Aansluiting op een centrale databank
5.8
Gereserveerde parkeerplaatsen voor carpoolers op het terrein
5.9
Andere:
Facultatieve meldingen
5.9.1
Gegarandeerde thuisrit voor carpoolers in geval van onvoorziene omstandigheden
5.9.2
Verspreiding van informatie over carpooling

  Collectief vervoer
5.10
Geen maatregelen in voege
5.11
Organiseren van collectief vervoer (minibus, autobus, autocar) door de werkgever
5.12
Extra verplaatsingsvergoeding voor openbaar vervoergebruikers voorzie in de collectieve arbeidsovereenkomst of in een protocol van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en gewestelijke overheidsdiensten
5.13
Regelmatig overleg met de openbare vervoersmaatschappijen
5.14
Andere:
Facultatieve meldingen
5.14.1
Verspreiden van informatie over openbaar vervoer
5.14.2
Stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer voor dienstverplaatsingen

  Diverse maatregelen
5.15
Geen maatregelen in voege
5.16
Samenwerking met andere bedrijven of met de Kamer van Koophandel
5.17
Informatiecampagnes over alternatieven voor het individuele autogebruik
5.18
Samenwerken met de gewestelijke en lokale instanties voor mobiliteitsbeheer
5.19
Regelmatig overleg met de lokale overheden verantwoordelijk voor de toegangswegen naar de vestigingseenheid (wegen, fietsroutes, voetpaden, ...)
5.20
Telewerk
5.21
Andere:
Facultatieve meldingen
5.21.1
Aanwezigheid van een vervoerscoördinator permanent aanspreekpunt voor alle vervoersmiddelen
5.21.2
Invoeren van betalend parkeren
5.21.3
Bedrijfsverhuizing/bijkomende vestiging op een plaats met een goede openbaar vervoerbereikbaarheid
5.21.4
Verhuispremies voor werknemers die dichter bij het werk gaan wonen
5.21.5
Gewestelijke of lokale financiële maatregelen ter ondersteuning van het mobiliteitsbeleid
6. De mobiliteitsproblemen op de vestigingseenheid

Hier geeft u aan welke problemen op welke bekommernissen op de vestigingseenheid aanwezig zijn inzake de mobiliteit van de werknemers. Uw antwoorden kunnen de bevoegde overheden helpen een politiek te ontwikkelen die rekening houdt met de bekommernissen van de bedrijven.

Geliev onder elke titel minstens één optie aan te vinken. De velden "Andere" zijn tot 80 karakters beperkt, zoals overal in de enquête.

  Auto of motor
6.1
Geen probleem
6.2
Gevaarlijk verkeer van en naar de vestigingseenheid
6.3
Te weinig parkeerplaatsen
6.4
Te hoge parkingkosten voor de werkgever
6.5
Congestie, files
6.6
Andere:

  Fiets
6.7
Geen probleem
6.8
Gevaarlijk verkeer op de fietsroutes van en naar de vestigingseenheid
6.9
Maatschappelijke onveiligheid in de omgeving van de vestigingseenheid
6.10
De fiets sluit niet aan bij het imago van de vestigingseenheid van het bedrijf of de instelling
6.11
Geen mogelijkheid om beveiligde fietsenstallingen op het terrein te installeren
6.12
Geen douches
6.13
Andere:

  Collectief vervoer
6.14
Geen probleem
6.15
Geen of onvoldoende bediening door het openbaar vervoer naar de vestigingseenheid
6.16
Openbaar vervoer is niet aangepast aan de uurregelingen binnen de vestigingseenheid
6.17
Verplaatsingstijd met het collectief vervoer
6.18
Kwaliteit, veiligheid en comfort van het openbaar zijn te laag
6.19
Afstand tussen de vestiging en de halte / het station is te groot
6.20
Onveiligheidsgevoel in de omgeving van de vestigingseenheid
6.21
Andere:

  Andere aandachtspunten in verband met de mobiliteit
6.22
Geen
6.23
Mogelijkheid om personeel aan te werven door de slechte bereikbaarheid
6.24
Kost van bedrijfsvoertuigen
6.25
Kost van personeelsvervoer (collectief vervoer georganiseerd door de werkgever)
6.26
Verplichting tot opstelling van een bedrijfsvervoerplan
6.27
Verkeersonveiligheid in de woon - werkverplaatsing
6.28
Onveiligheidsgevoel van werknemers omwille van hun uurregeling (nachtploeg ...)
6.29
Interesse in de bescherming van het milieu
6.30
Gezondheid van de werknemers
6.31
Een positieve samenwerking tussen werkgever en werknemer op gebied van verplaatsingen
6.32
Gelijkheid tussen gebruikers van verschillende vervoerswijzen
6.33
Andere:
7. Potentiële maatregelen

Hier hebt u de mogelijkheid aan te geven welke maatregelen uw bedrijf of instelling eventueel zou overwegen om de mobiliteit van de werknemers beter te gaan beheren. Het antwoord verbindt het bedrijf of de instelling nergens toe, maar helpt de bevoegde overheden hun mobiliteitspolitiek beter te oriënteren.

U kunt hier één of meerdere mogelijkheden aanvinken.

  Fiets
7.1
Extra verplaatsingsvergoeding voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst of in een protocol van het comité voor de federale, de gemeenschaps- en gewestelijke overheidsdiensten
7.2
Diefstalveilige fietsenstallingen voorzien op het terrein van de vestigingseenheid
7.3
Bijkomende vergoeding voor dienstverplaatsing
7.4
Ter beschikking stellen van de fietsen voor de woon - werkverplaatsing
7.5
Ter beschikking stellen van pendelfietsen aan het station
7.6
Ter beschikkig stellen van fietsen voor dienstverplaatsing
7.7
Ter beschikking stellen van regenkledij voor fietsers
7.8
Verbeteren van de fietsinfrastructuur op
7.9
Overdekte fietsenstallingen voorzien
7.10
Kleedruimte voor fietsers
7.11
Douches gemakkelijk bereikbaar voor fietsers
7.12
Hersteldienst op het terrein van de vestigingseenheid
7.13
Regelmatig fietsonderhoud binnen de vestigingsgraad
7.14
Informatie over fietsroutes
7.15
Andere:
7.16
Geen maatregelen i.v.m. de fietsoverwogen

  Carpool
7.17
Organiseren van carpool binnen de vestigingseenheid
7.18
Aansluiting op een centrale databank
7.19
Gereserveerde parkeerplaatsen voor carpoolers op het terrein van de vestigingseenheid
7.20
Gegarandeerde thuisrit voor carpoolers die wegens onvoorziene omstandigheden niet thuis geraken
7.21
Verspreiden van informatie over carpooling
7.22
Andere:
7.23
Geen maatregelen i.v.m. carpool overwogen

  Collectief vervoer
7.24
Organiseren van collectief vervoer (minibus, autobus, autocar) door de werkgever
7.25
Extra verplaatsingsvergoeding voor openbaar vervoergebruikers voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst of in een protocol van het comité voor de federale, de gemeenschaps- en gewestelijke overheidsdiensten
7.26
Regelmatig overleg met de openbare vervoersmaatschappijen
7.27
Verspreiden van informatie over het openbaar vervoer
7.28
Stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer voor dienstverplaatsingen
7.29
Andere:
7.30

Geen maatregelen i.v.m. collectief vervoer overwogen


  Verschillende maatregelen
7.31
Samenwerken met andere bedrijven / instellingen of de Kamer van Koophandel
7.32
Informatiecampagne inzake alternatieven voor het individueel autogebruik
7.33
Samenwerken met de gewestelijke en lokale instanties voor mobiliteitsbeheer
7.34
Regelmatig overleg met de lokale overheden verantwoordelijk voor de toegangswegen naar de vestigingseenheid (wegen, fietsroutes, voetpaden, ...)
7.35
Telewerk
7.36
Aanstellen van een vervoerscoördinator: permanent aanspreekpunt voor alle vervoersmiddelen
7.37
Invoeren van betalend parkeren
7.38
Verhuizen naar een bijkomende vestiging op een plaats met goede bereikbaarheid via het openbaar vervoer
7.39
Verhuispremies voor werknemers die dichterbij het werk komen wonen
7.40
Andere:
7.41

Geen maatregelenoverwogen


Scholengroep Brugge-Oostkust, Rijselstraat 3B, 8200 Sint-Michiels
Algemene nummers: TEL 050 63 17 61 - FAX 050 63 17 68
Financiële cel: TEL 050 63 17 64 - FAX 050 63 17 69
E-mail: - Webmaster: